8 mei liturgie

Dienst van de voorbereiding

Welkomstwoord en mededelingen

Lied 975: 1, 2, 3, 4 (Jezus roept hier mensen samen)

Stilte

Bemoediging en groet

Inleidende woorden

Drempelgebed

Psalm 33: 2, 8 (Zing, al wie leeft van Gods genade)

Gebed om Gods ontferming

Loflied Psalm 66: 1, 3, 7 (Breek, aarde, uit in jubelzangen)

Dienst van het Woord

Gebed om de Geest

Schriftlezing: Johannes 21: 1-14

Daarna toonde Jezus zich opnieuw aan de leerlingen, bij de zee van Tiberias. Hij toonde zich als volgt: daar waren Simon Petrus en Thomas, die ook Didymus genoemd werd, en Natanaël die uit Kana in Galilea kwam, en de twee zonen van Zebedeüs, en twee andere leerlingen.

Zegt Simon Petrus tegen hen: “Ik ga vissen.”

Zeggen zij tegen hem: “Wij gaan met je mee.”

Ze gingen naar buiten en ze klommen in het schip. Maar in die hele nacht vingen zij niets. Maar dan, het is al de vroege ochtend geworden, staat Jezus daar op de oever! Maar de leerlingen wisten niet dat het Jezus was.

Dan zegt Jezus tegen hen: “Jongens, hebben jullie niet iets te eten?” En zij antwoorden: “Nee”.

Dan zegt hij tegen hen: “Gooi het net dan uit aan de rechterkant van het schip, dán zal je wel (wat) vangen.” Dat deden ze. En ze hadden de kracht niet, om het net aan boord te trekken, vanwege het grote aantal vissen. 

Dan zegt de leerling van wie Jezus veel hield tegen Petrus: “Het is de Heer!” Toen Petrus hoorde: “Het is de Heer” schoot hij zijn overkleed aan, want hij was nauwelijks gekleed, en hij sprong meteen in het water. De andere leerlingen kwamen in het bootje achter hem aan. Ze waren niet ver van het land, ongeveer tweehonderd el, en zij sleepten het net met de vissen mee.

Toen ze aan land gingen zagen ze een kolenvuurtje branden, met vis daarop en brood. Zegt Jezus tegen hen: Breng eens een paar van de vissen die jullie nu gevangen hebben. Simon Petrus ging in de boot en sleepte het net het land op, barstens vol grote vissen zat het, honderd-drieënvijftig vissen, en tóch scheurde het net niet.

Zegt Jezus tegen hen: “Kom, eet wat!”. Niemand van de leerlingen durfde hem te vragen: “Wie ben jij?” Maar ze wisten tegelijk: het is de Heer! Jezus komt, en pakt het brood, en reikt het aan hen aan, en de vis net zo.

Hiermee verschijnt Jezus, opgewekt uit de doden, voor de derde keer aan zijn leerlingen.

Lied 644: 1, 2, 3, 4, 5 (Terwijl wij hem bewenen)

Overweging

Lied 426 (God zal je hoeden) 1x NL, 1 x Engels, 1x NL

Danken en bidden, stil gebed, Onze Vader

Slotlied 1014: 1, 3, 4 (Geef vrede door van hand tot hand)

Zegen

Gezongen amen (431C)

Na de dienst vindt de inzameling van de gaven plaats in de wandelkerk